De vraag “eenmanszaak of BV?” wordt door beginnende ondernemers vaak te snel beantwoord — meestal op basis van wat een vriend of een artikel zegt. Maar de juiste keuze hangt af van vier factoren die voor iedereen anders liggen. Hieronder een eerlijke vergelijking.
1. Aansprakelijkheid
Bij een eenmanszaak ben je persoonlijk aansprakelijk: schuldeisers kunnen aan je privévermogen. Bij een BV is je aansprakelijkheid beperkt tot het vermogen van de vennootschap. Wie diensten levert (consulting, schrijven) heeft minder risico dan wie producten verkoopt of in vastgoed werkt. Hoe groter het schaderisico, hoe sterker het argument voor een BV.
2. Fiscaliteit
Een eenmanszaak betaalt personenbelasting op de winst, oplopend tot 50% boven 46.440 euro. Een BV betaalt 20% (verlaagd tarief tot 100.000 euro) of 25% vennootschapsbelasting. Trek je een loon uit, dan betaal je daar nog personenbelasting op. Vuistregel: pas onder 50.000-60.000 euro winst is een eenmanszaak fiscaal vaak voordeliger; daarboven kantelt het richting BV.
3. Oprichting en jaarlijkse kosten
Eenmanszaak: ongeveer 110 euro inschrijfkosten, geen oprichtingsakte. Boekhouding kan eenvoudig (single entry voor kleine omzet). Reken op 1.000-2.000 euro boekhouder per jaar. BV: 1.000-1.500 euro notaris, complexere boekhouding (double entry verplicht), 2.500-4.500 euro boekhouder per jaar.
4. Imago en groei
Sommige klanten — vooral grote bedrijven en overheid — werken liever met een vennootschap. Voor B2B in formele sectoren is een BV een visitekaartje. Voor freelance werk in creatieve of digitale sectoren is een eenmanszaak vaak prima.
De realistische keuze
Voor de meeste starters in dienstverlening met minder dan 50.000 euro verwachte winst: eenmanszaak. Sneller, goedkoper, fiscaal aantrekkelijker. Je kunt later altijd nog overstappen naar een BV.
Voor wie kapitaal investeert (productie, voorraad), met partners werkt, of een hoog risicoprofiel heeft: BV. De extra kosten zijn de bescherming waard.
Overstappen kan
Een veel gehoorde drempel — “eens je kiest zit je vast” — klopt niet. De omzetting van eenmanszaak naar BV is een vrij standaardproces dat een notaris en boekhouder samen doen. Reken op 2.000-4.000 euro eenmalige kost. Veel ondernemers maken die switch tussen jaar drie en vijf.
Laat het rekenen
Een uur bij een goede boekhouder met je verwachte cijfers in de hand geeft een veel beter antwoord dan elk online artikel. Vraag specifiek om een vergelijking voor jouw inkomensverwachting over drie jaar.
Niet de vorm bepaalt of je succesvol bent, maar het bedrijf zelf. Maar de juiste vorm scheelt elk jaar duizenden euro’s en hopen administratieve hoofdpijn.
Drie scenario’s waar de keuze sneller duidelijk wordt
De keuze tussen eenmanszaak en BV voelt vaak abstract — drie concrete scenario’s maken het tastbaarder.
Scenario één: je begint solo, voorziet de eerste twee jaar omzet onder ongeveer 70.000 euro, en hebt geen grote investeringen nodig. Een eenmanszaak is dan vaak goedkoper, sneller op te starten en eenvoudiger administratief. De personenbelasting is in lage schijven gunstiger dan vennootschapsbelasting.
Scenario twee: je verwacht boven de 80.000 euro omzet uit te komen of je wil winst opbouwen voor latere uitkering. De BV begint dan rendabeler dankzij het lagere tarief vennootschapsbelasting (in 2026 nog steeds 25%, of 20% op de eerste schijf voor kleine vennootschappen) en de mogelijkheid van een liquidatiereserve.
Scenario drie: je werkt in een sector met aansprakelijkheidsrisico (bouw, advies, productie). De BV biedt scheiding van privé- en zakelijk vermogen, wat in deze sectoren vaak doorslaggevend is — ook al ben je nog klein.
Aan iemand met dubbele twijfel: ga eens een uur langs een boekhouder vóór je beslist. Een gesprek van 80 euro voorkomt een verkeerde structuur die je later 1.000 euro kost om te wijzigen.


